Les 11 + 12: VRIJE TIJD
 
 
 
 
In these lessons you will learn:
* to talk about leisure
* to ask questions in a museum
* to have a conversation in a restaurant
* to count
* to use ordinal numbers
* the clock
* the days of the week, months and seasons
* the words for all kinds of shops
 
 
 
Lesson 11:
 
To download the homework file of lesson 11, click HERE.
 

TEKST 1
 
a) Luister naar de tekst.
 
Naar het museum
 

 
Hans Goedemorgen. Mag ik 3 kaartjes alstublieft?
Receptioniste 3 volwassenen?
Hans Nee, 2 volwassenen en een kind.
Receptioniste Hoe oud is uw kind?
Hans 8 jaar.
Receptioniste Kinderen onder de 11 jaar krijgen korting. Dat is dan 28 euro alstublieft.
Hans Alstublieft. Is er ook een audio-tour?
Receptioniste Ja, u kunt een kastje pakken uit de kast, die u in de volgende kamer ziet.
Hans Ik kom speciaal voor een beeld, dat me erg raakt.
Receptioniste Hoe heet het beeld, dat u bedoelt?
Hans Ik weet niet hoe het heet, maar het is een beeld van een moeder, die een kind tilt.
Receptioniste
Dat bevindt zich in zaal 3. Dat is de zaal, die zich het meest achterin bevindt.
Ik wens jullie veel plezier!
Hans Dank u wel, u ook een fijne dag.
 
 
 
b) Zeg mij na
 

 
 
Woordenlijst 11.1
 

 
het kaartje  -  ticket
de volwassene  -  adult
krijgen  -  to get, to receive
de korting  -  discount
audio-tour  -  audio-tour
het kastje  -  box
speciaal  -  especially
raken  -  to strike, to catch, to hit, to get
Het raakt me.  -  it touches me, it moves me, it affects me
Het doet mij niets.  -  It means nothing to me.
Hoe heet het?  -  How is it called?
bedoelen  -  to mean
tillen  -  to lift, to raise, to lever
Hij bevindt zich in de kamer.  -  He can be found in the room.
de zaal  -  hall, salon, room, lounch, chamber 
meest  -  most
achterin  -  at the back
de bezoeker  -  visitor
 
 
 
alleen  -  only, alone 
het schilderij  -  painting
mogelijk  -  possible, an option
 
 
 
c) Lees met me mee en zeg de woorden op de puntjes.
 

 
Hans Goedemorgen. Mag ik 3 ... alstublieft?
Receptioniste 3 volwassenen?
Hans Nee, 2 ... en een kind.
Receptioniste Hoe oud is uw kind?
Hans 8 jaar.
Receptioniste Kinderen onder de 11 jaar krijgen ... . Dat is dan 28 euro alstublieft.
Hans. Alstublieft. Is er ook een audio-tour?
Receptionise Ja, u kunt een ... pakken uit de kast, die u in de volgende kamer ziet.
Hans Ik kom speciaal voor een beeld, dat me erg ... .
Receptioniste Hoe heet het beeld, dat u bedoelt?
Hans Ik weet niet hoe het heet, maar het is een beeld van een moeder, die een kind ... .
Receptioniste
Dat bevindt zich in zaal 3. Dat is de zaal, die ... het meest achterin bevindt.
Ik wens jullie veel ...!
Hans Dank u wel, u ook een fijne dag.
 
 
Huiswerk oefening 11.1
 
Waar of niet waar? (true or false?)
Juist of niet juist? (right or wrong?)
 

 
1. De bezoeker koopt alleen kaartjes voor volwassenen.                                          juist  /  onjuist
2. Kinderen onder de 11 jaar krijgen korting.                                                          juist  /  onjuist
3. De bezoeker komt speciaal voor een schilderij.                                                   juist  /  onjuist
4. In het museum is een audio-tour mogelijk.                                                          juist  /  onjuist
5. Het beeld in het museum doet de bezoeker niets.                                               juist  /  onjuist    
 
 
Extra uitleg
 
Telwoorden (numbers)
 

 
Hoe te tellen van nul tot 10? (How to count from zero to ten?)  
 
1  een
2  twee
3  drie
4  vier
5 vijf
6 zes
7 zeven
8 acht
9 negen
10 tien
 
 
 
Meer getallen  (more numbers)
 
10 tien
11 elf
12 twaalf
13 dertien
14 veertien
15 vijftien
16 zestien
17 zeventien
18 achttien
19 negentien
20 twintig
30 dertig
40 veertig
50 vijftig
60 zestig
70 zeventig
80 tachtig
90 negentig
100 honderd
200 tweehonderd
300 driehonderd
4000 vierduizend
5000 vijfduizend
60.000 zestigduizend
700.000 zevenhonderdduizend
8.000.000 acht miljoen
9.000.000.000 negen miljard 
 

 
21 een-en-twintig
22 twee-en-twintig
23 drie-en-twintig
24 vier-en-twintig
25 vijf-en-twintig
26 zes-en-twintig
27 zeven-en-twintig
28 acht-en-twintig
29 negen-en-twintig
30 dertig
31 een-en-dertig
32 twee-en-dertig
 
103 honderd (en) drie
210 tweehonderd tien
467 vierhonderd zeven-en-zestig
599 vijfhonderd negen-en-negentig
2014 tweeduizend veertien
1400 duizend vierhonderd of veertienhonderd
 
15.384 vijftienduizend driehonderd vier-en-tachtig
6.921 zesduizend negenhonderd een-en-twintig
 
 
 
 
 
VIDEO 6.1
 
Bekijk dit filmpje en oefen 1 tot en met 20
 

 

 
Bekijk deze video en zeg de mevrouw na:
 

 
 
 
 
 
Huiswerk oefening 11.2
 

 
 
Schrijf het nummer voluit. (write down the number in text)
 
7 ...........................................................
14 ..........................................................
88 ..........................................................
123 .........................................................
51 ..........................................................
76...........................................................
650..........................................................
29...........................................................
37...........................................................
 
 
Huiswerk oefening 11.3
 
Schrijf het nummer op, dat u hoort.
(Write down the number you hear.)
 

 
1. .............
2. .............
3. .............
4. .............
5. .............
6. .............
7. .............
8. .............
9. .............
10. .............
11. .............
12. .............
13. .............
14. .............
 

 
 
Extra uitleg
 

 
"Betrekkelijk voornaamwoord" (relative pronoun)
* de kast, die u in de volgende kamer ziet.
* een beeld, dat me erg raakt
* het beeld, dat u bedoelt
* een moeder, die een kind tilt
* de zaal, die zich het meest achterin bevindt
 
Het woord "die" verbindt de hoofdzin met een bijzin. 
Onzijdige woorden enkelvoud hebben "dat" in plaats van "die" als verbinder.
(The word "die" connects the main sentence with a subordinate sentence. This is the case with all female and male nouns, so the words with article DE)
Neuter singular nouns (= the nouns that have no gender, so the words with article HET) have "dat" in stead of "die" as a connector.)
 
De kast             U ziet de kast in de volgende kamer. De kast, die u in de volgende kamer ziet. (the connector is 'die')
Het beeld         U bedoelt dat beeld.  Het beeld, dat u bedoelt.                                                  (the connector is 'dat')
 
1. Persons animals and things
Het werk, dat op me ligt te wachten
De man, die daar staat, is mijn collega. 
De kat, die daar ligt, is van de winkel hiernaast.
De mensen, die je daar ziet, zijn mijn collega's.
De trein die kapot was, werd weggesleept.
Doe geen dingen, die ik ook niet zou doen.
 
2. Personal pronoun
Zij, die gisteren tegenover je zat, heet Simone.
 
3. Words like 'iemand' (somebody), 'iedereen' (everybody), etc. 
Ik zie iemand die heel slim is.
Er is hier niemand die morgen kan werken.
Iedereen die er was, deed mee.
Degene die daar staat, is mijn broer.
Diegene die dit heeft gedaan, krijgt straf.
Sommigen die daar waren, hebben het ongeluk gezien.
 
 
 
Woordenlijst 11.2  
 

 
 
wachten op ...   -   to wait for ...
liggen  -  to lie
hij ligt te wachten op mij  -  he is waiting for me
de collega  -  colleague
hiernaast  -  nearby
kapot  -  broken, damaged, out of order
wegslepen  -  to tow away, to drag away
ik zou ... doen  -  I would do ...
dingen  -  things 
gisteren  -  yesterday
tegenover - against, opposite
 
 
Huiswerk oefening 11.4
 
Vul in: die / dat
 
1. Het meisje, ... daar loopt is mijn vriendin.
2. De bal, ... u vangt is mijn tennisbal.
3. De treinen, ... kapot zijn, rijden niet.
4. De man, ... gisteren tegenover je zat, was verkouden.
5. Iedereen, ... er was, deed mee.
6. De jongen, ... netjes praat is mijn buurjongen.
7. De auto, ... weggesleept wordt is van mij!
8. Van de 5 ijsjes, ... jij eet word je misselijk.
9. De zanger, ... mooi zingt treedt vanavond op op tv.
10. Degene ...  daar staat, roept jou.
 
 
TEKST 2
 
Winkelen

a) Luister naar de tekst
 

 
Monica Is er hier in de buurt een warenhuis?
Voorbijganger Ja, ga hier rechtdoor, de tweede straat links, dan vindt u het warenhuis aan de linkerkant.
Monica Dank u wel!
Monica Ik ben op zoek naar koffers. Verkoopt u ook kleine koffers?
Verkoper Ja, wij verkopen ook kleine koffers. Ze bevinden zich op de 2e verdieping.
...
Verkoper Kan ik u helpen?
Monica Ik kijk alleen wat rond
...
Monica Pardon, kunt u mij helpen? 
Verkoper Zegt u het eens.
Monica Ik wil die koffer uit de etalage, heeft u die ook in het zwart?
Verkoper Ja, ik geloof het wel. Een ogenblikje alstublieft, ik ga even voor u kijken.
Verkoper Alstublieft, de zwarte koffer.
Monica Hij is mooi. Ik neem hem.


 
b) Zeg mij na

 
 
 
 

 
Woordenlijst 11.3
 


in de buurt  -  closeby
het warenhuis  -  department store (well known department stores in The Netherlands: 'De Bijenkorf', 'V&D', 'Hema')
de koffer  -  suitcase
klein  -  small, little
zich ...  bevinden  -  to be in a certain place, to be found somewhere
Ik kijk alleen wat rond  -  to look around
Zegt u het eens  -  Please tell me, Please ask, How can I help you?
in het zwart  -  in black
nemen  -  to take
 

c) Lees met mij mee en zeg de woorden op de plaats van de …
 

 
 
Monica Is er hier in de ... een warenhuis?
Voorbijganger Ja, ga hier rechtdoor, de ... straat links, dan vindt u het ... aan de linkerkant.
Monica Dank u wel!
Monica Ik ben op zoek naar koffers. Verkoopt u ook ... koffers?
Verkoper Ja, wij verkopen ook kleine ... . Ze bevinden zich op de 2e ... .
...
Verkoper Kan ik u helpen?
Monica Ik kijk alleen wat rond
...
Monica ... , kunt u mij helpen? 
Verkoper Zegt u het eens.
Monica Ik wil die koffer uit de ..., heeft u die ook in het ... ?
Verkoper Ja, ik geloof het wel. Een ... alstublieft, ik ga even voor u kijken.
Verkoper Alstublieft, de zwarte koffer.
Monica Hij ... mooi. Ik neem hem.
 

Huiswerk oefening 11.5
 
Schrijf een gesprek op tussen u en een verkoper over een product dat u recentelijk gekocht heeft.
U mag ook een fictief gesprek verzinnen met een zelfverzonnen winkel en zelfverzonnen product.
(Write down a conversation between you and a salesman about an article you recently have bought.
You can also make up a conversation with a fictional shop that sells a fictional product.)
You : .............................................................................................................................................
Salesperson: ....................................................................................................................................
You: .............................................................................................................................................. 
Salesperson: ....................................................................................................................................
You: .............................................................................................................................................. 
Salesperson: ....................................................................................................................................
You: .............................................................................................................................................. 
Salesperson: ....................................................................................................................................
You: .............................................................................................................................................. 
Salesperson: ....................................................................................................................................
You: .............................................................................................................................................. 
 
 
Huiswerk oefening 11.6
 
Combineer de juiste zinnen:
 
1. Pardon, kunt u mij helpen? a. Ja, op de zevende verdieping.
2. Kan ik u helpen? b. Ik neem hem!
3. Verkoopt u ook kleine koffers? c. Ik kijk alleen wat rond, dank u wel.
4. Waar is het warenhuis? d. Zegt u het eens.
5. Heeft u die ook in het zwart? e. Hier rechtdoor, tweede straat links.
6. Hij is mooi. f. Nee, alleen in het roze en wit.
 

 
 
 
Extra uitleg
 
Rangtelwoorden (ordinal numbers)
 

 
eerste  -  first
de eerste keer  -  the first time
tweede  -  second
derde  -  third
vierde  -  fourth
vijfde  -  fifth
6e  -  sixth
7e  -  seventh
8e  -  eighth
9e  -  nineth
10e  -  tenth
 
 
add '-ste' to the number:
twintigste  -  twentieth
vijfenzeventigste  -  seventyfifth
eenendertigste  -  31st
achtenzestigste  -  68th
drieëntachtigste  -  83rd
honderdste 
duizendste
 
 
   

 
voorbeeld:
Ze speelden heel goed hockey,  maar hebben helaas niet gewonnen: ze zijn tweede (2e) geworden.
They played very good hockey, but unfortunately they did not win: they became second.
 
Kunt u mij het derde (3e) brood van rechts geven, alstublieft?
Could you give me the 3rd bread from the right, please?
 
De tiende (10e) van de maand is de Staatsloterij trekking.
Every 10th of the month the "State lottery" presents the winning numbers.
 
Dit is de honderdste (100e) keer dat ik het tegen je zeg!
I already told you a hundred times!

Mijn vader viert vandaag zijn vijf-en-zestigste (65e) verjaardag.
Today, my dad celebrates his 65th birthday.
 
Mijn zus viert vandaag haar dertigste (30e) verjaardag.
Today, my sister celebrates her 30st birthday
 
 
 
 
 
 
Huiswerk oefening 11.7
 
Vul het rangtelwoord in:
 
1  -  eerste
2  -  tweede
3  -  ...
7  -  ...
10  -  ...
12  -  ...
16  -  ...
43  - ...
52  -  ...
400  -  ...
1000  -  ...
 
 
 
 
Huiswerk oefening 11.8
 
De weg naar huis (the way home)
 
Beschrijf de route van uw werk naar uw huis.
U kunt gebruik maken van onderstaande woorden:
 
 
Eerst ga ik rechtdoor  - First I go straight on
Dan ga ik de 4e straat rechts  - Then, I turn the 4th street to the right
hier  - here
daar -  there
rechtdoor  -  straight on
rechts  -  tp the right
links  -  to the left
de kruising  -  cross section, crossover, intersection
Dan is het bij de derde kruising rechtsaf  -  that's located at the 3rd cross to the right
het stoplicht  -  traffic light
bocht  -  curve
rotonde  -  roundabout
snelweg  -  highway
langs de supermarkt  -  along / past the supermarket
langs de school  -  along the school
aan de rechterkant  -  on your right (side)
aan de linkerkant  -  on your left (side)
tweede straat rechts  -  second street tot the right
derde straat links  -  third street tot the left
 
De route van mijn werk naar mijn huis:
................................................................................................................
................................................................................................................
................................................................................................................
................................................................................................................
................................................................................................................
................................................................................................................
................................................................................................................
................................................................................................................ 
 
 
Huiswerk oefening 11.9
 
Repeat the verbs from previous chapters, click here.
 
 
Huiswerk oefening 11.10
 
Vul de juiste vorm in:
 
1. ik ..... (kopen)
2. jullie ..... (kijken)
3. jij .... (zijn)
4. wij ... (zijn)
5. hij ... (plakken)
6. het vuur ... (branden)
7. jullie ... (lachen)
 

Huiswerk oefening 11.11
 
Onvoltooid verleden tijd (imperfect tense)
Zet deze zinnen in de onvoltooid verleden tijd.
 
Bijvoorbeeld
Is hier een warenhuis? (zijn)   -    ...Was hier een warenhuis? ...
     
1. Wij kopen een motor. (kopen)  -  ....
2. Jullie lachen vaak. (lachen)  - ....
3. Ik dans, omdat ik blij ben. (dansen)(zijn)  - ...
4. Het vuur brandt hevig. (branden)  -  ...
5. Jij bent een schat!(zijn)  -  .. 
6. Waarom gooi jij een kussen naar mijn hoofd?(gooien)  -  ...
7. Zij plakken een sticker op het raam.(plakken)  -  ...
 
 
Huiswerk oefening 11.12
 
Voltooid verleden tijd (perfect tense)
     
Bijvoorbeeld
Ik koop een koffer. (kopen)   -    ...Ik heb een koffer gekocht ... 
 
1. Ze zetten koffers in de etalage. (zetten)  -  ...
2.Ik lach, omdat jij een grapje maakt. (lachen)(maken)  -  ...
3. Jij praat goed Nederlands.(praten)  -  ...
4. U geeft mij een cadeau. (geven)  -  ...
5. Het vuur brandt.(branden  -  ...
6. Jullie zijn mooi. (zijn)  -  ...
7. Zij kijkt in de spiegel.(kijken)  -  ...
 
 
 
Handige woorden
 
Winkels
 

 
de winkel  -  shop 
de supermarkt  -  supermarket 
het reisbureau  -  travel agency
antiek  -  antiques
het warenhuis  -  department store
de sportzaak  -  shop with sport apparel
de biologische winkel  -  organic (super)market
 
 
 
huishoudelijke artikelen  -  domestic commodities
tweedehands artikelen  -  second hand products
zelfbediening  -  self service
de kapsalon  -  hair studio
de speelgoedzaak  -  shop for children's toys
de bouwmarkt  -  home improvement store
de meubelzaak  -  furniture store
 
 
 
de slijterij  -  liquor store
 
 
 
het winkelcentrum  -  mall
de drogist  -  drug store
de apotheek  -  pharmacy
het postkantoor  -  post office
de bloemist  -  flower shop
 
 
 
de ijssalon  -  icecream bar
 
 
de juwelier  -  jeweller
kranten / tijdschriften  -  newspapers / magazines
de stomerij  -  dry cleaner
de boekhandel  -  book shop
 
 
 
belastingvrije winkel (op het vliegveld) -  taxfree shop (at the airport)
de markt  -  market
het casino  -  casino
 
 
de delicatessenwinkel  -  delicacies / luxury articles shop
de opticien  -  optician
de (banket)bakker(ij)  -  bakery
de vishandel  -  fish shop, fish market
de parfumerie  -  perfumery
de schoonheidssalon  -  beauty parlor
de schoenenwinkel  -  shoe store
de kleding winkel  -  boutique that sells clothing

 
 
rookartikelen  -  products for smoking
 
 
de slager, de slagerij  -  butcher
de telefoonwinkel/telecomwinkel  -  telephone and Internet shop
de computerzaak  -  shop that sells computers and related products
webshop / webwinkel / online winkel  -  webshop / online shop 
 
 
 
 
 
 
 
 
Handige zinnetjes
 

 
Is er een ... op loopafstand?  -  Is there a ... within walking distance?
 
Ik ben op zoek naar... -  I am looking for...
 
Is er hier in de buurt een...  -  Is there a ... close by?
 
In welke winkel kan ik ... krijgen?  -  In which shop I can get ...?
 
Kunt u me de ...afdeling wijzen?  -  Could you tell me where the ...department is?
 
Kunt u me helpen? Ik zoek...  -  Could you help me? I'm looking for ...
 
 
 
 
Verkoopt u Nederlandse kranten?  -  Do you sell / have Dutch newspapers?
 
Verkoopt u ook iPads? ik ben op zoek naar een goede tablet.  -  Do you sell iPads? I'm looking for a good tablet.
 
Kan ik u helpen?  -  Can I help you?
 
Anders nog iets?  -  Anything else?
 
Ik kijk wat rond, als dat mag.  -  I/m just looking around, if that's ok?
 
Dit is niet wat ik zoek. Ik kijk nog even verder.  -  This is not what I 'm looking for. I will look further.
 
Heeft u niet iets kleiners? / groters?  -  Do you have something smaller / bigger?
 
Deze neem ik.  -  I'll take this one.
 
Wilt u dit voor mij bewaren?  Ik kom het straks ophalen.  -  Could you keep this apart for me? I'll pick it up later.
 
 
 

 
 
Heeft u een tasje voor me?  -  Could I have a bag please?
 
Nee, ik hoef geen tasje, ik heb mijn eigen tas bij me, dank u wel. Ik vind dat zonde van al dat plastic.  -
No thank you, I don't need a bag, I brought my own. It would be such a waste of all that plastic.
 
Zou u het kunnen inpakken (in cadeau papier)?  -  Could you wrap it in for me with gift paper?
 
 
 
 
 
Ik wil dit graag terugbrengen, dit artikel is kapot.  -  I would like to return this product, it doesn't function properly.
 
Ik heb iets in de etalage gezien. Zal ik het aanwijzen?  -  I've seen something in the window, shall I point it out for you?
 
 
 
 
Het spijt me, dat hebben we niet.  -  I'm sorry, we don't have that.
 
Het spijt me, dat is uitverkocht.  -  I'm sorry, it's sold out.
 
Het spijt me, dat komt vrijdag pas weer binnen.  -  I apologise, it will not arrive until Friday.
 
milieu-vriendelijk  -  environmentally friendly 
 
 
 
 
goedkoop  -  cheap
duur  -  expensive
 
 
 
 

Huiswerk oefening 11.13
 

 
 
Kies 3 winkels uit de handige-woorden lijst hierboven.
Beschrijf elke winkel.
1. Wat verkoopt deze winkel?
2. Hoe ziet de winkel er uit?
3. Waar is hij?
4. Wat zou u er willen kopen?
 
Zoek de woorden op die u nodig heeft en probeer uw verhaal te vertellen.
(Look up the words you need and try to tell your story.)
 
Voorbeeld
 
Een juwelier (juweller)
1. Bij een juwelier verkopen ze sieraden: oorbellen, armbanden, kettingen, ringen.
2. Een juwelier heeft mooie etalages, zodat de voorbijgangers de mooiste sieraden kunnen zien.
Vaak heeft een juwelier veel lampen, zodat de producten mooi glinsteren. 
Een juwelier is vaak streng beveiligd.
Er ligt zachte vloerbedekking.
3. Een juwelier bij mij in de buurt is rechtdoor, linksaf, aan het einde van de straat aan de linkerkant.
4. Ik zou graag een armband willen kopen.
 
Woordenlijst:
het sieraad  - jewelry
de oorbel  -  earring
de armband  -  bracelet
de ketting  -  necklace
de ring  -  ring
de etalage  -  window of a shop
de voorbijganger  -  passer-by
de lamp  -  lamp, light
glinsteren  - to shine, to sparkle, to shimmer
streng beveiligd / zwaar beveiligd  - 
zacht  -  soft
de vloerbedekking  -  carpet
in de buurt  -  nearby
ik zou graag ... willen ...  -  I would like to ....
 
 
 
 
Nu bent u aan de beurt!: (now it's your turn!)
 
Winkel 1: ....................................
.....................................................................................................................
.....................................................................................................................
.....................................................................................................................
.....................................................................................................................
.....................................................................................................................
 
 
Winkel 2: ....................................
.....................................................................................................................
.....................................................................................................................
.....................................................................................................................
.....................................................................................................................
.....................................................................................................................
 
 
Winkel 3: .....................................
.....................................................................................................................
.....................................................................................................................
.....................................................................................................................
.....................................................................................................................
.....................................................................................................................
 
 
 
WEBCAM SESSION LESSON 11
 
1) Tell me about homework exercise 11.4
2) Tell me about homework exercise 11.14
3) count from 0 to 100.
 
 
 
 
Les 12
 
To download the homework-file of this lesson, click HERE
 
 
TEKST 3 
 
 
a) Luister naar de tekst
 

 
  
 
In het restaurant

 
 
Paul Kan ik een tafel voor aanstaande dinsdag, zeven uur reserveren?
Restaurant medewerker Dat is prima. Voor hoeveel personen wilt u reserveren?
Paul Graag een tafel voor twee personen. Mijn naam is Paul de Waard.
...
Paul en Samantha
Goedenavond, wij hebben gereserveerd, op naam van de Waard.
Mogen wij bij het raam zitten?
Restaurant medewerker John
Ja hoor, geen probleem. Loopt u maar even mee.
Wilt u alvast wat drinken?
Paul
Doet u maar een rode wijn en een fles water, dank u wel.
Het is onze trouwdag vandaag, 18 oktober. Dat willen we vieren.
...
Samantha Meneer!
John Heeft u een keuze kunnen maken?
Samantha Ja. Ik wil graag de tomatensoep vooraf en de gebakken sliptong.
Paul Ik weet het nog niet. Wat kunt u me aanbevelen? Ik houd niet van vis.
John De varkenshaas medaillons met champignonsaus zijn erg lekker. De specialiteit vandaag is versgemaakte spaghetti met spinazie en pijnboompitten.
Paul Doet u mij maar de spaghetti. Zouden we vooraf wat stokbrood met kruidenboter mogen?
...
John Is alles naar wens?
Paul Ja, het is heerlijk. Kunnen we nog een extra servet krijgen? ik heb hem op de grond laten vallen.
Samantha En heeft u voor mij nog een appelsap? dank u wel!
...
John Wilt u nog iets na?
Paul Ik hoef geen toetje, dank u wel. Wel graag een Irish coffee. Wil jij wat, schat?
Samantha
Doet u mij maar een cappuccino. Dank u wel.
...
Mogen wij de rekening? Dank u wel.  
 
b) Zeg mij na
 

 
 
 
 
 
 
 
Woordenlijst 12.1 
 
 
 
 
aanstaande  -  next
zaterdag  -  saturday
reserveren  -  to reserve, to book
zeven uur - seven o'clock
prima  -  alright
hoeveel  -  how many, how much
de persoon  -  person
doet u maar  -  I would like to have ...
Ik zou graag ... willen  -  I would like to have ...
de fles  -  bottle
de trouwdag  -  wedding anniversary, wedding day
vandaag  -  today
oktober  -  october
vieren  -  to celebrate
de keuze  -  choice
Heeft u een keuze kunnen maken  -  Have you been able to make a choice? >> What would you like to order?
vooraf  -  before, beforehand, as a starter
gebakken  -  baked
sliptong  -  kind of fish from teh North Sea
Ik weet het nog niet  -  I don't know yet
aanbevelen  -  to recommend
medaillons  -  pork tenderloin slices
de specialiteit  -  specialty
versgemaakte  -  fresh, homemade, recently prepared
vers  -  fresh
Zouden we ...?  -  Could we ...?
wat  -  some, something
het stokbrood  -  baguette
mogen  -  te be allowed to
met  -  with
de kruidenboter  -  garlic butter, herb butter
Is alles naar wens?  -  Are you pleased with everything?
extra  -  extra
krijgen  -  to get
laten vallen  -  to let something drop, to get rid of something
op de grond  -  on the floor
Wilt u nog iets na?  -  Would you like something for desert?
Wel wil ik ...  -  I do want ...
Ik wil niet ...  -  I don't want ...
schat  -  dear, honey, precious (also: tresure)
de rekening  -  the bill
 
 
c) Lees met me mee en zeg de woorden die weggelaten zijn:
 

 
In het restaurant
Paul Kan ik een tafel voor aanstaande ..., zeven uur reserveren?
Restaurant medewerker Dat is prima. Voor hoeveel personen wilt u ... ?
Paul Graag een tafel voor twee personen. Mijn naam is Paul de Waard.
...
Paul en Samantha
Goedenavond, wij hebben gereserveerd, op naam van de Waard.
Mogen wij bij het ... zitten?
Restaurant medewerker John
Ja hoor, geen probleem. Loopt u maar even mee.
Wilt u alvast wat drinken?
Paul
Doet u maar een rode wijn en een ... water, dank u wel.
Het is onze trouwdag vandaag, 18 ... . Dat willen we ... .
...
Samantha Meneer!
John Heeft u een ... kunnen maken?
Samantha Ja. Ik wil graag de tomatensoep vooraf en de gebakken sliptong.
Paul Ik weet het nog niet. Wat kunt u me ...? Ik houd niet van vis.
John De varkenshaas medaillons met champignonsaus ... erg lekker. De specialiteit vandaag is versgemaakte spaghetti met spinazie en pijnboompitten.
Paul Doet u mij maar de spaghetti. Zouden we vooraf wat stokbrood met kruidenboter ...?
...
John Is alles naar wens?
Paul Ja, het is ... . Kunnen we nog een extra servet krijgen? ik heb hem op de grond laten vallen.
Samantha En heeft u voor mij ... een appelsap? dank u wel!
...
John Wilt u nog iets na?
Paul Ik hoef geen toetje, dank u wel. Wel graag een Irish coffee. Wil jij wat, ...?
Samantha
Doet u mij maar een cappuccino. Dank u wel.
...
Mogen wij de ... ? Dank u wel.  
 
 
 
 
Extra uitleg
 
 
De dagen van de week  (the days of the week)
 
Zeg mij na:
 

 
 
 
Maandag Monday
Dinsdag Tuesday
Woensdag Wednesday
Donderdag Thursday
Vrijdag Friday
Zaterdag Saturday
Zondag Sunday
 
 
 
 
 
De maanden (the months) 
 
 
Zeg mij na:
 

 
Januari
Februari
Maart
April
Mei
Juni
Juli
Augustus
September
Oktober
November
December
 
 
 
 
De seizoenen  (the seasons)
 
Zeg mij na:
 

 
 

Lente  -  Spring
 
 
Zomer  -  Summer
 
 
Herfst  -  Autumn
 
 
 
Winter  -  Winter
 
 
 
 
 
 
 
 
Huiswerk oefening 12.1
Wat is uw favoriete seizoen? Waarom?
What's your favourite season? Why? 
....................................................................................................................................
....................................................................................................................................
....................................................................................................................................
....................................................................................................................................
....................................................................................................................................
....................................................................................................................................
 
 
 
 
 
 
Huiswerk oefening 12.2
Wat is uw favoriete maand? Waarom?
What's your favourite month? Why? 
....................................................................................................................................
....................................................................................................................................
....................................................................................................................................
....................................................................................................................................
....................................................................................................................................
....................................................................................................................................
 
 
 
Extra uitleg
 
Tijd (Time)
 

 
 
 
 
Zeg mij na:
 
Clock
 
Het klokje rond: (around the clock:)
 
Het is 7 uur.
Het is vijf over 7.
Het is tien over 7.
Het is kwart over 7.
Het is tien voor half 8.
Het is vijf voor half 8.
Het is half 8.
 
Het is vijf over half 8.
Het is tien over half 8.
Het is kwart voor 8.
Het is tien voor 8.
Het is vijf voor 8.
Het is 8 uur.
 
 
 
Huiswerk oefening  12.3
 
 
 
 
 
Vul de tijd in:
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
 
 

 

 
 
 
Huiswerk oefening 12.4
 
Herhaling onvoltooid verleden tijd. (Now let's repeat verbs in imperfect tense.)
 
 
 
 
 
 
Beschrijf welke gebeurtenissen hier net gebeurd zijn. Gebruik de onvoltooid verleden tijd.
(Describe what events just happened hear. Use imperfect tense.)
 
Bijvoorbeeld: De vogel maakte veel herrie. Toen schoot de katapult de vogel weg. Toen .....
 
 
................................................................................................................
................................................................................................................
................................................................................................................
................................................................................................................
................................................................................................................
................................................................................................................
................................................................................................................





Handige rijtjes
 

 
 
Een compliment geven
 
Wij hebben heerlijk gegeten.  -  We've had a wonderful meal.
 
Wat ziet u er goed uit!  -  You look very nice!
 
Mooie auto!  -  Nice car!
 
Leuk skipak!  -  Nice skiing suit!
 
Je bent een lieve jongen / meid.  -  You are a sweet boy / girl.
 
 
 
 
Wat een lief kindje!  -  Such a nice child!
 
U danst heel goed.  -  You dance very good.
 
U bent een voortreffelijke kok.  -  You are an excellent cook.
 
U voetbalt fantastisch.  -  You play very good soccer!
 
 
 
 
Hobby's
 
Heeft u hobby's?  -  Do you have hobbies?
 
Ik houd van fotograferen / uitgaan / zwemmen.  -  I like taking photo's / going out / swimming.
 
 
 
 
Ik lees graag...  -  I like to read...
 
Ik ben gek op...  -  I adore... / I love to...
 
Ik houd van muziek.  -  I love music.
 
Ik houd van gitaar / pianospelen.  -  I love to play guitar / play piano.
 
Ik speel graag computergames.  -  I like to play computergames.
 
Ik ga graag naar de film / het theater.  -  I like to go to the cinema / the theatre.
 
Ik ga vaak naar concerten.  -  I often go to concerts.
 
Ik reis graag.  -  I love to travel.
 
Ik ga vaak vissen / wandelen op zondag.  -  I often go fishing / hiking on sundays.
 
Ik tennis tegelmatig.  -  I often play tennis.
 
 
 
 
Huiswerk 12.5 Listen to a song
Veel personen luisteren in hun vrije tijd naar muziek. We gaan naar een lied luisteren. Dit doen we stap voor stap.
(Many persons listen to music in their leisure time. Let's listen to a song. Step by step.)
 
 
a) Leer eerst deze woorden. Luister enkele keren naar de woordenlijst, net zolang tot u alle woorden kent. (First learn these words. Listen a couple of times to this glossary, untill you know them all.)
 

 
de droom  -  dream
steeds  -  every time
als  -  when, if
ik zie -  I see
je  –  you
ik zie je lopen  -  I see you walk
dan  -  then
opengaan  -  to open, to get opened
de hemel  -  sky, heaven
een klein beetje  -  a little bit
de ster  -  star
verbleken  -  to fade, to pale
je laat ze verbleken  -  you make them look pale
met je ogen  -  with your eyes
stralen  -  to shine
altijd  -  always
want  -  because
langslopen  -  to pass by
de wolk  -  cloud
verdwijnen  -  to dissappear
lachen  -  to laugh
heel de wereld  -  the whole world
meelachen  -  to laugh with
meeste  -  most
het bedrog  -  deceit, sham, swindle, not being true
maar  -  but, however
wakker worden  -  to awake
naast jou  -  next to you
nog  -  still
dan droom ik nog  -  then I’m still dreaming
voelen  -  to feel
de adem  -  breath
zien  -  to see
het gezicht  -  face
liggen  -  to lie down
aankijken  -  to loo, to look in the eye
zich uitrekken  -  to stretch, to lengthen yourself
je rekt je uit  -  you stretch yourself awake
een keer in de zoveel tijd  -  sometimes, every now and then
een keer  -  one time, a turn
zoveel  -  so much
de tijd  -  time
uitkomen  -  to become true
moeten  -  to have to, to must
het ding  -  thing
beloven  -  to promiss
laat me  -  let me
laten  -  to let
nog lang  -  for a long time
lang  -  long
geloven in  -  to believe in
zelfs  -  even
even  -  for a short time, for a while
hier  -  here
blijven  -  to stay
in mijn slaap  -  when I’m sleeping
bij me  -  with me
de zon  -  sun
weer  -  again
schijnen  -  to shine
de zon gaat schijnen  -  the sun is going to shine
laten verdwijnen  -  to let disappear
het beeld  -  image, picture, statue
hebben  -  to have
als je zou gaan  -  if you would leave
meenemen  -  to take with you  
 
 
 
b) Luister naar en lees deze tekst. (Listen to, and read, this text)


 
Marco Borsato - Dromen Zijn Bedrog
 
Steeds als ik je zie lopen
dan gaat de hemel een klein beetje open.
Sterren, je laat ze verbleken
met je ogen die altijd stralen.
 
Jij kan de zon laten schijnen
want je loopt langs
en de wolken verdwijnen
en als je lacht, lacht heel de wereld mee.
 
De meeste dromen zijn bedrog
maar als ik wakker wordt naast jou dan droom ik nog.
Ik voel je adem en zie je gezicht
je bent een droom die naast me ligt.
 Je kijkt me aan en rekt je uit
een keer in de zoveel tijd komen dromen uit!
 
Jij moet me een ding beloven
laat me nog lang in mijn dromen geloven.
Zelfs als je even niet hier bent
blijf in mijn slaap dan bij me.
 
En als de zon weer gaat schijnen
laat dan dat beeld wat ik heb niet verdwijnen.
Als je zou gaan
neem je mijn dromen mee.
 
De meeste dromen zijn bedrog
maar als ik wakker wordt naast jou dan droom ik nog.
Ik voel je adem en zie je gezicht
je bent een droom die naast me ligt.
 
Je kijkt me aan
en rekt je uit
een keer in de zoveel tijd komen dromen uit!
 
Ooh jij kan de zon laten schijnen
want je loopt langs
en de wolken verdwijnen.
En als je lacht, lacht heel de wereld mee.
 
De meeste dromen zijn bedrog
maar als ik wakker wordt naast jou dan droom ik nog.
Ik voel je adem en zie je gezicht
je bent een droom die naast me ligt.
 
Je kijkt me aan en rekt je uit
zo een keer in de zoveel tijd komen dromen uit!
 
Je kijkt me aan en rekt je uit
een keer in de zoveel tijd komen dromen uit!
 
De meeste dromen zijn bedrog
maar als ik wakker wordt naast jou dan droom ik nog.
Ik voel je adem en zie je gezicht
je bent een droom die naast me ligt.
 
Je kijkt me aan en rekt je uit
een keer in de zoveel tijd komen dromen uit!    
 
 
c) Luister goed naar mij zonder te lezen en probeer alles te begrijpen. (Now listen to me without reading, and try to understand everyting)
 
 
 
 
 
 
d) En luister nu enkele keren naar dit nummer, veel plezier! (Let's listen to this song, enjoy!)
 
 
 
e) Huiswerk: waar gaat dit lied over? (homework exercise: tell me what this song is about)
...........................................................................................................
...........................................................................................................
...........................................................................................................
...........................................................................................................
 
 
 
 
Huiswerk oefening 12.6
 
Mijn Dagboek

Wat doet u het liefst in uw vrije tijd?  (What do you like most to do in your spare time?)
............................................................................................................
............................................................................................................
............................................................................................................
............................................................................................................
............................................................................................................
............................................................................................................
............................................................................................................
 
 

DUTCH CAM CHAT nr. 12:
        
1) Verzin een verhaaltje, waarin u iets gaat doen in uw vrije tijd. Het maakt niet uit wat.
(Make up a story in which you do something in your leisure time. Doesn't matter what subject.)
 

2) Vertel me de maanden en seizoenen.Wanneer bent u jarig? In welk seizoen bent u geboren?
 
3) Vertel me deze tijden:
20.30 uur
12.15 uur
8.45 uur
14.10 uur
09.50 uur
23.05 uur
15.20 uur
 
 
4) We zullen ook over uw huiswerk praten. Heeft u vragen?
We will also talk about your homework. Do you have any questions?
 
 
 
 
 
 
 
 
Great job! You finished lesson 11 + 12.
 
 
Now you can:
* talk about leisure time
* talk in a museum
* talk in a restaurant
* count
* use ordinal numbers
* say what time it is
* use the days of the week, months and seasons
* describe all shops
 
 
 
You just entered level A2,
GEFELICITEERD!