Les 11 + 12: ETEN EN DRINKEN
 
 
In this lesson you learn:
*to talk about food
* to use adjectives
* to use imperative verbs
* metaphores and expressions in Dutch
 
 
 
Les 11:
To download the homework-file of lesson 11, click HERE.
  
 
TEKST 1
 
a) Luister naar de tekst
 

 
Recept hete bliksem

Hete bliksem is een heerlijk wintergerecht met onder andere aardappelen, appelen, gehakt en ui.

Hoewel het echte winterweer nog uit blijft, is het toch lekker om na een gure regendag een ouderwetse warme ovenschotel te serveren.
In dit artikel het recept om hete bliksem te bereiden.
Eet smakelijk.

Bereidingstijd: langer dan 1 uur    
Keuken: Nederlandse keuken
Smaak: hartig 
Techniek: braden in oven
Soort gerecht: ovenschotel
Gelegenheid: familiediner

Ingrediënten voor 4 personen:
* 1 kg aardappelen
* 2 uien
* 400 gr gehakt
* 50 gr boter
* zout
* peper
* 1 pond zoete appelen
* 1 pond zure appelen


Voorbereiding
* Boter een vuurvaste schaal in.
* Kook de aardappelen gaar, snijd ze in dunne plakjes.
* Snipper de uien en bak ze lichtbruin in wat boter.
* Voeg het gehakt toe aan de uien, bak het met de uien mee.


Bereidingswijze
* Tip: Het rul bakken van het gehakt kunt u evt. (eventueel) m.b.v. (met behulp van) een vork doen. Als u een anti-aanbakpan heeft
   is dit niet verstandig i.v.m krassen in de pan, gebruik liever een houten of kunstof kookgerei.
* Tip: Voeg een behoorlijke hoeveelheid peper en zout toe, tenzij smaak en / of dieet anders voorschrijft.

* Schil de appelen, klokhuis verwijderen en snipperen.
* Voeg nu alles laag om laag in de vuurvaste schotel. Eindig met een laag gehakt.
* Dek de schotel af met een laag aluminiumfolie.
* Oven voorverwarmen en 45 tot 60 minuten in de oven laten garen.
 
 

Woordenlijst 11.1
 
heet  -  hot
de bliksem  -  lightning
het gerecht  -  dish
onder anderen o.a.  -  among other things
de aardappel  -  potatoe
de appel  -  apple
het gehakt  -  minced beef
de ui  -  onion
hoewel  -  even though
uitblijven  -  not to have come yet
toch  -  nevertheless
guur, gure  - bleak, sharp
guur weer  -  weather that's very cold and hurts your skin
ouderwets  -  old-fashioned
serveren  -  to serve
de ovenschotel  -  a dish made in the oven
de oven  -  oven
de schotel -  dish, mostly all on one plate
het artikel  -  article (in a magazine), product (in a shop)
bereiden  -  to prepare
eet smakelijk!  -  have a nice meal! 
hartig  -  salty (as opposite to sweet)
de gelegenheid  -  occasion, opportunity
zout  -  salt
peper  -  pepper
kilogram (kg)  -  kilo
gram (g)  -  gram
pond  =  500 gram = 1/2 kilo  -  pound
zoet  -  sweet
zuur  - sour
inboteren  -  butter
vuurvast / hittebestendig  -  fireproof / heat-resistant
de schaal  -  platter
gaar koken  -  to cook
gaar  -  done
te gaar koken  -  to overcook
plakjes  -  slices
snipperen  -  cut or tear in small pieces
toevoegen  -  to add
rul bakken  -  loose, rough, coarse
anti-aanbak pan  -  a pan with a protective layer against burnt food
de kras  -  scratch
behoorlijk = flink = considerable, proper
tenzij  -  if not, unless
voorschrijven  -  to prescribe
schillen  -  to peel, to skin
het klokhuis  -  apple core
verwijderen  - to remove, to eliminate, to get rid of
invoegen  -  to insert, to include
de laag  -  layer
eindigen  -  to end
afdekken  -  to cap
aluminiumfolie  -  aluminium foil
voorverwarmen  -  to pre-heat
 
 
 
 
 
Huiswerk oefening  11.1
 
Zet in de juiste volgorde:
 
1. Dek de schotel af met aluminiumfolie.
2. Voeg peper en zou toe.
3. Boter een vuurvaste schaal in.
4. Snipper de uien.
5. Kook de aardappelen.
6. Schil de appelen.
7. Snijd ze in plakjes.
 
......................................
 
 
 
 
 
Huiswerk oefening 11.2
 
Bekijk onderstaand stuk onder 'home' van de website van Dunya.
 
Dunya is een restaurant in Rotterdam, met vriendelijke mensen en heerlijk eten.
 
 
 
 
 
bron: http://www.dunyalokanta.nl/
 
 
 
Beantwoord onderstaande vragen:
 
 
 
1. Noem 3 dingen, waaraan Dunya herkenbaar is.
 
.......................................................................................................
.......................................................................................................
.......................................................................................................
  
 
 
2. Welke eeuwenoude traditie wordt gebruikt in dit restaurant?
 
.......................................................................................................
.......................................................................................................
.......................................................................................................
 
 
 
3. Je kunt bij Dunya eten. Welke 2 services bieden zij nog meer aan?
 
.......................................................................................................
.......................................................................................................
.......................................................................................................
 

 
4. Probeer te vinden op de website waar het restaurant zich bevindt.
 
.......................................................................................................
.......................................................................................................
.......................................................................................................
 
 
 
 
5. De Anatolische en Mesopotamische culturen zijn oude culturen in het oosten van het Middellandse Zeegebied.
 
Het eten lijkt op het huidige Turkse eten.
 
Welk eten is typisch voor de regio in het land waar u gewoond heeft?
 
.......................................................................................................
.......................................................................................................
.......................................................................................................
 
 
 
 
 
Extra uitleg
 
Verbs
Gebiedende wijs (imperative)
 
De gebiedende wijs maak je door de ik-vorm van het werkwoord te gebruiken:
Ga weg! (ik ga)
Kleed je aan! (aankleden)
Roep hem! (roepen)
Laat me met rust! (met rust laten)
Gooi dat weg! (weggooien)
 
If you've forgotten, please repeat this grammar:
 
 
You use an imperative to give someone an assignment, request or advice.
- Doe je jas aan! (Put on your coat!)
- Pak uw spullen! (Get your stuff!)
- Ophouden nu! (Stop that!)
 
 
 
De gebiedende wijs heeft 3 vormen: (The imperative has 3 forms:)
informeel (most used) stam kom! luister!
formeel (not very common) stam + t komt u! luistert u nou!
algemeen infinitief komen! luisteren!

You can use it in an urgent matter:
 
- Kom alsjeblieft op tijd. (Please be on time)
 
You can use it in a friendly way:
 
- Doe het raam even open. (Open the window)
 
To make it more friendly, you can use the words: eens, even, maar, toch.

- Doe het licht eens aan. (Would you turn on the light, please)
- Maak zelf even je brood klaar. (Please make your own lunch package, ok?)
- Geef het maar aan mij. (You can give it to me)
- Breng dat maar weg. (Just take it away)
- Maak je toch geen zorgen. (Don't worry)
 
 
Extra uitleg
 
Some verbs have small help-words (aan, op, af, weg, op) that are being separated from the verb when used in a sentence.
 
 
Bijvoorbeeld:
 
weggaan - ik ga weg. (niet: Ik wegga)
opstaan - ik sta op.
afschieten - ik schiet af.
aandoen - doe het licht aan.
klaarmaken - maak het brood klaar.
ophouden - houd op!
 
In de voltooid verleden tijd wordt de 'ge' voor het hoofdwerkwoord gezet.
Dus:
Ik ben weggegaan.
Ik ben opgestaan.
Ik heb afgeschoten.
Ik heb het licht aangedaan.
Ik heb het brood klaargemaakt.
Ik ben opgehouden.

 
If you want to be polite, sometimes it is better to ask a question, for example:
Geeft u mij even de zout?
Zou u opzij willen gaan alstublieft? 
 
 
 
Huiswerk oefening 11.3
 
Schrijf alle imperatieven op uit de tekst. Geef het hele werkwoord (to ...)
 
Boter ... in  -  inboteren (to butter)
....
....
....
....
 

       
Huiswerk oefening 11.4
 
geef het imperatief:
...! (eten)
...! (koken)
...! (zijn)
...! (gaan)
...! (hebben)
...! (geef)
...! (kopen)
...! (helpen)
...! (horen)
...! (zeggen)
...! (maken)
...! (brengen)
 
 
WEBCAM SESSION LESSON 11:
1) Tell me about everything you learned in lesson 11.
2) We will go through your homework and I will explain you the difficult parts.

 
 
 
Les 12:
To download the homework-file of lesson 12, click HERE.
 
 
 
Huiswerk oefening 12.1
Luister 3 keer goed naar deze tekst.
Het is een recept 'Gegrilde worstjes met pittige saus; even op de barbecue en klaar is dit heerlijke gerecht'.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Schrijf zoveel mogelijk op wat u hoort:
 
Ingredienten:
1 rode peper
2 eetlepels olijfolie
...
 
Stap 1: Steek de barbecue aan. Snijd het steeltje van ...
...
 
Stap 2: Meng de yoghurt, peterselie, ...
...
 
Stap 3: Gril de pitabroodjes de laatste 2 minuten mee. ...
...
 
Bevat: per persoon 475 calorieën, ...
 
... 
 
 
 
 
 
 
Huiswerk oefening 12.2
Give the names of the food and drinks in these pictures:
a.
b.
c.
d.
e.
f.
g.
h.
i.
j.
k.
l.
m.
n. 
 
 
 
 
 
Huiswerk oefening 12.3
Give me 5 pieces of fruit in Dutch:
1. ...
2. ...
3. ...
4. ...
5. ...
 
 
 
 
Give me 5 pieces of vegetables in Dutch:
1. ...
2. ...
3. ...
4. ...
5. ... 
 
 
 
 
Give me 5 pieces of meat or fish in Dutch:
1. ...
2. ...
3. ...
4. ...
5. ... 
 
 
 
 
Give me 5 herbs in Dutch:
1. ...
2. ...
3. ...
4. ...
5. ... 
 
 
 
 
Give me 5 drinks in Dutch:
1. ...
2. ...
3. ...
4. ...
5. ... 
 
 
 
 
 
Give me 5 pieces of other food things in Dutch:
1. ...
2. ...
3. ...
4. ...
5. ...
 
 
 
 
 
 
 

Practical business
 
Uitdrukkingen
 
(Metaphores, expressions)
 
Each country has its own ways of saying things.
For example in English:
Having a blast  -  Having a great time, having a lot of fun
Being a breeze  -  Something that is very easy
Hammer and tongs  -  if people are going at it hammer and tongs, they are arguing fiercely  
Having a hair of the dog  -  if someone has a hair of the dog, they have an alcoholic drink to get rid of a hangover 
 
It's funny that some characteristics which are considered good or bad are partly determined by culture and history.
For example, in India or China a rat not necessarily has bad characteristics. In The Netherlands he does (in the language).
 
 
 
 
Please study these examples in Dutch, you will hear them in daily life:

 
Hij is zo sluw als een vos.  - He is as sly as a fox.
 
Hij is een rat!  -  You cannot trust him!
 
Het drankje is ijskoud.  -  icy
 
Ik was doodsbang.  -  terrified
 
Zij heeft een perzikhuidje.   -  a skin as soft as a peach
 
Hoe kom je daar bij?   -  Where did you hear that?
 
Dat slaat nergens op.   -  That makes no sense!

Dat slaat als een tang ( shrew) op een varken (pig)!  -  That makes no sense!
 
Je neemt me in de maling.   -  You are joking with me!
 
Maak dat de kat wijs!  -  Try to convince someone else, I don't believe you!
 
De kat (cat) op het spek ( bacon) binden!  -  to set the fox to keep the geese, give the devil an inch and he will take a yard
 

 
Here are some examples taken from:
http://wp.digischool.nl/engels/oefenen/woordenschat/spreekwoorden-en-gezegden/
 
 
Aan alles komt een eind. All good things come to an end.
Alle begin is moeilijk. The first step is the hardest.
Alle wegen leiden naar Rome. All roads lead to Rome.
Als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel. When the cat’s away, the mice will play.

BBB
Beter een half ei dan een lege dop. Half a loaf is better than none.
Beter één vogel in de hand dan tien in de lucht. A bird in the hand is worth two in the bush.
Beter laat dan nooit. Better late than never.
Beter voorkomen dan genezen. A stitch in time saves nine.
Bezint eer gij begint. Look before you leap.

DDD
De laatste druppel doet de emmer overlopen. The last straw breaks the camel’s back.
De pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet. The pot calls the kettle black.
De tijd zal het leren. Time will tell.
De stoute schoenen aantrekken. Pluck up courage
De puntjes op de i zetten. Cross your t’s and dot your i’s.

EEE
Een gegeven paard moet je niet in de bek kijken. Never look a gift horse in the mouth.
Een gewaarschuwd mens telt voor twee. Forewarned is fore armed.
Een ongeluk komt zelden alleen. It never rains, it pours.
Eerlijkheid duurt het langst. Honesty is the best policy.
Eigen haard is goud waard. A man’s home is his castle.
Eind goed, al goed. All’s well that ends well.

GGG
Gedane zaken nemen geen keer. It is no use crying over spilt milk.
Geduld is een schone zaak. Patience is a virtue.
Geef hem een vinger en hij neemt de hele hand. Give him an inch and he’ll take a yard.
Geen nieuws, goed nieuws. No news, good news.
Geen woorden maar daden. Actions speak louder than words.

HHH
Het is niet al goud wat blinkt. All that glitter is not gold.
Het hart zonk hem in zijn schoenen. His heart sank into his boots.
Het regent pijpenstelen It’s raining cats and dogs.

III
Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is. The bird is known by his note, a man by his word.
Iets is beter dan niets. Something is better than nothing.

JJJ
Je bent nooit te oud om te leren You are never too young to learn
Je moet de huid niet verkopen voordat de beer geschoten is. Don’t count your chickens before they are hatched.
Je moet de vieze was niet buiten hangen. Don’t wash your dirty linen in public.
Je moet geen oude koeien uit de sloot halen. Let bygones be bygones.
Je moet geen slapende honden wakker maken. Let sleeping dogs lie.
Je moet het ijzer smeden als het heet is. Strike while the iron is still hot.
Je moet niet op één paard wedden. Don’t put all your eggs in one basket.
Je moet geen oude schoenen weggooien, voordat je nieuwe hebt. Don’t throw old shoes away before you have new ones.

KKK
Kleine potjes hebben grote oren. Little pitchers have big ears.

LLL
Liefde maakt blind. Love is blind.

MMM
Makkelijker gezegd, dan gedaan. Easier said than done.
Misdaad loont niet. Crime doesn’t pay.
Muren hebben oren. Walls heave ears.

OOO
Oefening baart kunst. Practice makes perfect.
Oude liefde roest niet. True love never grows old.

SSS
Schijn bedriegt. Appearances are deceptive.
Soort zoekt soort. Birds of a feather flock together.
Stille wateren hebben diepe gronden. Still waters run deep.

TTT
Twee vliegen in één klap slaan. To kill two birds with one stone.
Tijd vliegt. Time flies.

UUU
Uit het oog, uit het hart. Out of sight, out of mind.

ZZZ
Van een kale kip kan men niet plukken. You can’t squueze blood out of water.
Vele handen maken licht werk. Many hands make light work.
Vegrissen is menselijk. To err is human.
Vroeg begonnen, veel gewonnen. The early bird catches the worm.

WWW
Waar een wil is, is een weg. Where there’s a will, ther’s a way.
Waar rook is, is vuur. There’s no smoke without a fire.
Wie a zegt, moet ook b zeggen. In for a penny, in for a pound.
Wie het eerst komt, het eerst maalt. First come, first served.
Wie het laatst lacht, lacht het best. He who laughs last, laughs best.
Wie kaatst, moet de bal terug verwachten. Those who play at bowls, must look out for rubs.
Wie zaait, zal oogsten. As you make your bed, so must you lie in it.
Wie de schoen past, trekke hem aan. Whom the cap fits, let him wear it.

ZZZ
Zien is geloven. Seeing is believing.
Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten. Every man’s censure is first moduled in his own nature.
Zo gewonnen, zo geronnen. Easy come, easy go.
Zwijgen is goud. Silence is golden.
 
 
 
 
 
 
Huiswerk oefening 12.4
 
Give me 10 metaphores / expressions / ways of saying in your language and try to translate them literally and please explain what they mean:
1.
2. 
3.
4. 
5.
6.
7.
8.
9.
10.
 

 

Huiswerk oefening 12.5

Mijn Dagboek vraag
 
In welk restaurant heeft u lekker gegeten? Wat heeft u gegeten?
..............................................................
..............................................................
..............................................................

 
 
 
Huiswerk oefening 12.6
Wat heeft u vandaag gegeten?
ochtend / ontbijt:
..............................................................
..............................................................
..............................................................
..............................................................
..............................................................
..............................................................
..............................................................
..............................................................
..............................................................
middag / lunch:
..............................................................
..............................................................
..............................................................
..............................................................
..............................................................
..............................................................
..............................................................
..............................................................
..............................................................
avond / dinner:
..............................................................
..............................................................
..............................................................
..............................................................
..............................................................
..............................................................
..............................................................
..............................................................
..............................................................
tussendoor / snacks:
..............................................................
..............................................................
..............................................................
 
 
 
 
Huiswerk oefening 12.7
 
Beschrijf een recept uit uw land:
...........................................................................................
...........................................................................................
...........................................................................................
...........................................................................................
 
 
 

DUTCH CAM CHAT nr. 12:
        
 
a. Vertel me in het Nederlands : Wat is uw favoriete recept? Hoe moet ik het maken? (Tell me in Dutch what's your favourite recipe and how it is made.)

b. Wat is uw favoriete drankje? Hoe wordt het gemaakt? (What's your favourite drink, how is it made?)
 
c. Ik laat u plaatjes zien en u zegt mij wat het is.

 
 
You just finished lesson 11 + 12, well done!
Now you can:
*talk about food and your favourite recipes
* use adjectives
* give an order / tell your wish to someone
* use some typically Dutch metaphores and expressions
 
 
VERY GOOD!