Les 29 + 30:  GESCHIEDENIS


Les 29:
To download the homework-file from this lesson, click HERE.
  
 
TEKST 1
 
Het ontstaan van de Nederlandse grondwet
 


Thorbecke

Een grondwet is een heel belangrijke wet.
Hierin staan alle rechten en plichten van de burgers en bestuurders van een land.
Een grondwet is ook niet heel gemakkelijk te veranderen.

In Nederland bestaat sinds 1798 een grondwet.
Hiervoor waren koningen alleenheersers. Zij hoefden zich niet aan de wet te houden.
Burgers hadden in die tijd ook helemaal geen rechten.
 

1798

De grondwet uit 1798 stelde nog niet zo veel voor.
Hierin werd vastgesteld dat burgers én koningen zich aan de wet moesten houden.
In de grondwet van 1814 was al meer vastgelegd.
Zo stond er in dat burgers zelf hun godsdienst mochten kiezen.
Ook werd er een Staten-Generaal opgericht om het volk meer macht te geven.
Ze mocht zelf wetsvoorstellen doen en andere goed of afkeuren.
Maar eigenlijk had de Staten-Generaal maar weinig macht.
De koning kon gemakkelijk een afgekeurd wetsvoorstel invoeren.
Hij noemde het dan een Besluit.
Deze hoefden namelijk niet goedgekeurd te worden.

 


1848

In 1848 werd de grondwet behoorlijk veranderd.
De zittende koning op dat moment, Willem II, was bang dat er net zoals in Duitsland en Frankrijk een revolutie in Nederland zou uitbreken.
Hij besloot daarom om het volk meer macht te geven.
Hij liet een commissie samenstellen die onder leiding van de liberale staatsman Thorbecke een ‘nieuwe’ grondwet zou ontwerpen.
Hierin kwam onder andere te staan dat niet de koning, maar de ministers de macht hadden.
 

Nu

Thorbecke stond door de aanpassing aan de grondwet bekend als de grondlegger van onze democratie.
De machtsverhoudingen tussen Koning(in), Staten-Generaal, provincies en gemeenten bestaan voor het grootste gedeelte nog steeds en het volk mag nog steeds volksvertegenwoordigers kiezen.
Vanaf 1917 mogen alle mannen ouder dan 23 jaar stemmen.
Het stemrecht voor vrouwen volgt pas later. In 1919. Dit komt in 1922 in de grondwet terecht.

 
 
 
 
 

 
  
Woordenlijst 29.1
 
de geschiedenis  -  history
de Grondwet  -  Constitution
het ontstaan van ...  -  the arise of
heel belangrijk  -  very important
het recht  - right
de plicht  -  obligation
sinds  -  since
nog niet zoveel voorstellen  -  not to be very successful
vaststellen  -  to determine, to fix, to certify
zich aan de wet houden  -  to abide by the law
de godsdienst  -  religion
het wetsvoorstel  -  proposed legislation
goedkeuren  -  to approve
afkeuren  -  to disapprove, te refuse
de Staten-Generaal  -  'The Dutch Lower Camber of the States General'
behoorlijk  -  quite, very
uitbreken  -  to break out
de commissie  -  commission
liberaal  -  liberal
de staatsman  -  politician, statesman
ontwerpen  -  to design
onder andere  -  among others
niet ..., maar ...  -  not ..., but ...
bekend staan als  -  to be known as
de grondlegger  -  founder
de machtsverhouding  -  the play of forces, balance of power
de provincie  -  province
de gemeente  -  municipality, community
voor het grootste gedeelte  -  for the largest part
nog steeds bestaan  -  to still exist
het stemrecht  -  the right to vote
terechtkomen in  -  to end up in
 

Huiswerk oefening 29.1
Vul in:
1. In de grondwet staan alle ... (rights) en ... (obligations) van de ... (citizens) en bestuurders van een land.
2. Burgers hadden voor 1798 ... ... (not at all) rechten.
3. Er stond in dat burgers zelf hun ... (religion) mochten ... (choose).
4. De 'Staten-generaal' mocht zelf wetsvoorstellen doen en ... (other) goedkeuren of ... (disapprove).
5. De ... (king) kon gemakkelijk een afgekeurd wets... (proposal) invoeren.
Hij noemde het dan een ... (decision).

6. Willem II, was ... (afraid) dat er .... ... (just like) in Duitsland en Frankrijk een revolutie in Nederland zou uitbreken.
7. Hij besloot daarom om het volk meer ... (authority, power) te geven.
8. Hij liet een ... (committee) ... (compose) die onder leiding van de liberale staatsman Thorbecke een ‘nieuwe’ grondwet zou ... (design).
9. Hierin kwam onder andere te staan dat niet de koning, maar de ... (ministers) de macht hadden.
10. Vanaf 1917 mogen alle mannen ... (older) dan 23 jaar ... (vote).
Het stemrecht voor ... (women) ... (follows) pas later. In 1919.

 
Huiswerk oefening 29.2
Vertel me wat er in de grondwet stond:
 jaar:
 
voor 1798
...   
1798
...
1814
...
1848
...
1917
...
1922
...

 
WEBCAM SESSION LESSON 29:
1) Tell me about everything you learned in lesson 29.
2) We will go through your homework and I will explain you the difficult parts.

 
Les 30:
To download the homework-file from this lesson, click HERE.
  

 

TEKST 2
 
 
Geschiedenis van de immigratie in Nederland
Bron: http://www.schooltv.nl/eigenwijzer/project/236947/focus-op-de-maatschappij/2157348/maatschappijleer/item/224408/integratie/

 

 


Vanuit de rood-gekleurde landen immigreerden veel mensen naar Nederland.



 

In de loop van de tijd zijn er veel mensen met verschillende culturen naar Nederland gekomen.

Rond 1950 kwam de eerste grote groep mensen aan. Dit waren bewoners van Nederlands-Indië.
Toen de voormalige kolonie in 1949 zelfstandig werd, mochten de mensen kiezen of ze naar Nederland wilden komen of daar wilden blijven.

Vanaf 1960 kwamen er groepen Italianen, Spanjaarden, Portugezen, Grieken, maar vooral Turken en Marokkanen naar Nederland; dit waren de gastarbeiders.
De Nederlandse regering vroeg of zij wilden komen, omdat er door de industrialisatie niet genoeg Nederlanders
waren om al het werk te doen.
Zij hebben Nederland geholpen met het wederopbouwen na de Tweede Wereldoorlog.

De volgende stroom immigranten kwam in 1975. Toen werd Suriname onafhankelijk.
Omdat dit een kolonie van Nederland was, hadden de Surinamers een Nederlands paspoort.
Zij konden zich dus zonder problemen in Nederland vestigen.

Veel vluchtelingen probeerden in Nederland asiel aan te vragen. Zij vluchtten uit hun eigen land vanwege oorlog of economische malaise.
 
 

Turken en Marokkanen komen nog steeds naar Nederland.
Tegenwoordig zie je ook dat er veel mensen uit de nieuwe EU-landen, zoals Tsjechen en Polen, in Nederland komen wonen.

 

 
 
Woordenlijst 30.1
 
in de loop van de tijd  -  over time
blijven  -  to stay, to remain
de gastarbeider  -  guest worker
wederopbouwen  -  to rebuild
de stroom  -  flow, stream, river, current
onafhankelijk  -  independent
asiel aanvragen  -  to request asylum
de vluchteling  -  refugee
de malaise  -  malaise, crisis, misery
 
Huiswerk oefening 30.1
 
Combineer:
1. In de loop van de tijd
a. kwamen gastarbeiders uit verschillende landen naar Nederland.
2. Vanaf 1960
b. in Nederland vestigen, vanwege hun Nederlands paspoort.
3. Toen Suriname onafhankelijk werd
c. omdat ze daar weinig kans hebben om een baan te vinden.
4. Surinamers kunnen zich zonder problemen
d. besloten veel Surinaamse personen naar Nederland te gaan.
5. Veel mensen vluchten uit hun land
e. zijn er personen met veel verschillende culturen naar Nederland gekomen.
6. Sommige mensen willen hun land verlaten
f. Tjechie of Polen komen (tijdelijk) in Nederland werken of wonen.
7. Ook mensen uit Turkije en Marokko
g komen naar Nederland, om hun familie te bezoeken of om te blijven.
8. Ook mensen uit bijvoorbeeld
h. omdat daar oorlog is.

 
 
Huiswerk oefening 30.2
 
Maak de zinnen af:
 
1. Toen de voormalige kolonie Nederlands-Indië zelfstandig werd, .......
2. Mensen uit Suriname .......
3. Sommige mensen moeten vluchten, ........
4. Ook bijvoorbeeld mensen uit ........
5. Nederland is vanwege haar ligging aan de zee altijd .......
 
 
 
 
 
Dutch Webcam 30:

a) Welke tijd uit de geschiedenis vindt u interessant?
Waarom?
Vertel me erover. (ca. 10 minuten).
 
 
b) Weet u wanneer er een grondwet gekomen is in uw land van oorsprong?
Vertel me erover. (ca. 10 minuten)
 
c) Lees tekst 2 voor.
 
 
 
Disclaimer: Texts are used for learning words and learning grammar in specific fields of knowledge.
These texts are for learning purposes and do not necessarily express a common or personal opinion.